De VvE in Kort Geding

Een (bodem)procedure bij de rechtbank kan lang duren, soms wel jaren. Vaak is echter ook een snelle voorziening (voorlopige beslissing) van de rechter gewenst, zoals bijvoorbeeld een verbod op een verbouwing, de opheffing van een beslag of de ontruiming van een huurder of kraker. Niet alle geschillen lenen zich voor behandeling in kort geding. Hoe werkt het, en wat kan er wel en niet? Advocaat Hidde Reitsma legt uit hoe het zit. 

Door: Hidde Reitsma | AMS Advocaten
Redactie: Nederlandvve.nl

Kort geding: vooruitlopend op bodemprocedure

Het kort geding is een geheel zelfstandige procedure, gericht op het verkrijgen van een voorlopige beslissing vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure. Het is overigens niet nodig dat er al een bodemprocedure aanhangig is of dat er überhaupt een bodemprocedure wordt gestart (met uitzondering van zaken op het gebied van intellectuele eigendom).

De rechter in kort geding: voorzieningenrechter

De rechter die recht spreekt in kort geding heet de voorzieningenrechter, en tijdens de zitting ook nog wel president. De uitspraak in kort geding heeft geen gezag van gewijsde. Dat wil zeggen dat de rechter in een bodemprocedure nooit aan de beslissing in kort geding gebonden is.

Voorlopige beslissingen: betaling, gebod of verbod

In kort geding wordt soms een veroordeling tot betaling van een geldsom gevorderd, maar vaak ook een gebod of verbod. Indien sprake is van een dreigende gedraging van de gedaagde partij in strijd met hetgeen deze dient te doen of na te laten, kan de voorzieningenrechter op grond van een afweging van de wederzijdse belangen beslissen of hij een verbod of bevel zal opleggen. Aan de voorlopige oordelen en beslissingen zijn partijen in de bodemprocedure en evenmin in een later kort geding gebonden. Voorbeelden zijn:

  • Het opleggen van een verbod aan een van de eigenaren om een uitbouw of een dakterras te realiseren,
  • Een verbod aan de Vereniging van Eigenaars (VvE) om een vergaderbesluit uit te voeren,
  • Het opleggen van de plicht aan de VvE of een individuele eigenaar om een lekkage te verhelpen,
  • Het opleggen van de plicht aan een van de eigenaren om het bestuur toegang te verlenen tot het appartement,
  • Enzovoorts.

Voorziening kan definitief karakter hebben

Omdat de rechter in een kort geding alleen voorlopige beslissingen geeft, kan hij geen ontbinding of vernietiging van een overeenkomst uitspreken. Daarnaast kan de rechter in kort geding geen vergaderbesluiten van de VvE vernietigen. Ook kan een rechter geen formele vaststellingen (verklaring voor recht) doen omtrent aansprakelijkheid en dergelijke. Deze vorderingen zijn immers niet voorlopig, maar definitief. Wel kan de rechter, vooruitlopend op een verwachte ontbinding van bijvoorbeeld een huurovereenkomst, de huurder in kort geding al veroordelen tot ontruiming of de VvE verbieden het vergaderbesluit uit te voeren. Daardoor krijgt een uitspraak in kort geding soms wel een definitief karakter.

Dwangsom in kort geding

Vrijwel iedere beslissing kan worden versterkt door een dwangsom. Dat kan alleen niet bij een veroordeling tot betaling van een geldsom. Bij een vordering tot gebod of verbod wordt meestal een dwangsom gevorderd voor iedere dag dat de gedaagde niet aan de veroordeling voldoet, als drukmiddel tot naleving. Er zijn zelfs (nog) zwaardere dwangmiddelen, zoals lijfsdwang (oftewel gijzeling). Dat dwangmiddel kan echter alleen in bepaalde zaken en onder bijzondere omstandigheden worden ingezet en is bij VvE zaken doorgaans niet aan de orde.

Kort geding: alleen een voorlopig oordeel

De voorzieningenrechter geeft geen definitief oordeel over het geschil. Zijn beslissing is slechts voorlopig: de bodemrechter of de rechter in een ander kort geding is in beginsel niet gebonden aan het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter.

Spoedeisend belang

Voor een toewijzing van een vordering in kort geding moet er sprake zijn van spoedeisend belang. Zaken waarbij een vonnis in een bodemprocedure kan worden afgewacht worden in beginsel niet in kort geding toegewezen. Of dit het geval is, hangt af van een aantal factoren, waarbij er telkens een belangenafweging wordt gemaakt tussen die van de eiser en gedaagde. Ook speelt de ingrijpendheid van de gevraagde voorziening een rol (uitzetting van een huurder is een zeer ingrijpende maatregel), net als de aanwezigheid van mogelijke alternatieven voor eiser en of gedaagde schade lijdt en de verhaalbaarheid hiervan op eiser mocht eiser in een bodemzaak ongelijk krijgen (het restitutierisico). Voorbeelden van spoedeisend belang kunnen voor een VvE zijn:

Prognose uitkomst bodemzaak

De rechter zal in kort geding een voorlopig oordeel moeten geven over de mate van waarschijnlijkheid dat de vordering ook in een bodemzaak zal worden toegewezen. Voor het horen van getuigen of deskundigen is in de regel geen plaats. Een eisende partij kan zijn vordering dus niet op een later tijdstip nog onderbouwen met verklaringen of ander bewijs (zoals dat wel mogelijk is in een bodemprocedure). Het is erop of eronder: de zaak moet direct zodanig gemotiveerd en uitgebreid onderbouwd zijn dat een rechter niet alleen overtuigd is van de gestelde spoedeisendheid van de gevraagde voorziening maar ook van de haalbaarheid in een eventuele bodemprocedure.

Procesgang: dagvaarding en één zitting

Het kort geding wordt gevoerd voor een alleenrechtsprekende rechter die wordt aangeduid als de voorzieningenrechter (vroeger ook als kort gedingrechter). In de meeste gevallen wordt een kort geding ingeleid met een dagvaarding. De eisende partij verzoekt op basis van een concept-dagvaarding een zittingsdatum. Na bepaling van de datum wordt de gedaagde in de dagvaarding opgeroepen om op die zitting te verschijnen. Die zitting vind meestal enkele dagen of soms enkele weken later plaats. De gewone regels van de dagvaardingsprocedure gelden, tenzij met wederzijds goedvinden of met toestemming van de voorzieningenrechter van is afgeweken. Verder is de voorzieningenrechter niet gebonden aan de regels van bewijsrecht. Het vonnis wordt meestal 2 weken na de zitting uitgesproken, of indien nodig eerder (soms dezelfde dag nog). De hoger beroepstermijn tegen een vonnis in kort geding is 4 weken (in plaats van 3 maanden bij een vonnis in bodemzaak). Het is dus mogelijk om binnen enkele dagen een voorlopige voorziening te verkrijgen.

Gerelateerd

– Nietigheid en vernietigbaarheid van VvE besluiten (VvE-informatie)

– Juridische VvE artikelen (Rubriek, VvE-nieuws en opinie)

Over de auteur

Hidde Reitsma en Thomas van Vugt van AMS Advocaten in Amsterdam hebben veel ervaring in het adviseren en procederen over geschillen binnen Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). Daarnaast schrijven zij regelmatig interessante artikelen voor Nederlandvve.nl. De vastgoedrecht advocaten van AMS zijn sterk betrokken bij de zaken van hun cliënten, werken met korte lijnen en bieden scherpe tarieven. Klik hier om meer te lezen over de juridische aspecten van VvE’s op de website van AMS Advocaten.

Dit bericht is geplaatst op  donderdag 10 januari 2013.

Reacties


Discussiëren over dit onderwerp? Ga naar het VvE-Forum op VvE-Forum.nl

Reageren op dit artikel kan hieronder.
Wilt u discussiëren of heeft u een vraag? Surf dan naar VvE-Forum.nl

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Alle velden gemarkeerd met * moeten worden ingevuld.